Miradouro da Pedra Bela
Het uitkijkpunt waar de wandeling begint en eindigt. Een rotsbalkon met een weids panorama over de Gerês-bergen en het stuwmeer van Caniçada diep in de vallei.
Portugals enige nationale park. Granieten bergen, eeuwenoude eikenbossen en watervallen die de rotsen openklieven, op de grens met Spanje.
Tussen de strand- en stadsdagen vanuit Apúlia past één dag die helemaal anders is: het binnenland in, de bergen op. Parque Nacional da Peneda-Gerês is het enige echte nationale park van Portugal, en het ligt op rijafstand van het strandhuis.
Het is geen plek die je afvinkt, maar een dag die je inplant: een wandeling, een waterval, pootjebaden in een bergbeek en uitzicht tot in Spanje. De ANWB tipt er een vaste route, en die staat verderop op deze pagina.
Peneda-Gerês ligt in de uiterste noordhoek van Portugal, tegen de Spaanse grens aan. Het is een landschap van graniet: ronde, met mos begroeide rotsblokken, bergkammen die in de wolken verdwijnen en valleien waar eikenbos en snelstromende riviertjes elkaar afwisselen. Het park strekt zich uit over vier bergketens: de Serra da Peneda, de Serra do Soajo, de Serra Amarela en de Serra do Gerês. De eerste en de laatste gaven het park samen zijn naam.
De mens woont hier al heel lang. Dwars door het park liep de Geira, de Romeinse heerweg tussen Braga en het Spaanse Astorga. In het oude eikenbos van Mata da Albergaria staan nog tientallen Romeinse mijlpalen langs het pad, stenen zuilen die de afstand markeerden voor reizigers van bijna tweeduizend jaar geleden.
De bergdorpen leefden eeuwenlang van vee en kleine akkers, met de seizoenen mee. Herders trokken in de zomer met hun kuddes de hoogten in en bouwden daar de branda's: groepjes iglo-achtige stenen hutten op de berghellingen. In de dorpen zelf staan de espigueiros: smalle stenen graanschuren op pootjes, die de oogst droog en muisvrij hielden. Soajo en Lindoso hebben er hele rijen van, als een dorp van miniatuurhuisjes.
In 1971 werd het hele gebied beschermd als nationaal park, het eerste en tot vandaag het enige van Portugal. Samen met het aangrenzende Spaanse natuurpark vormt het sinds 2009 een grensoverschrijdend UNESCO-biosfeerreservaat. Het is een van de weinige plekken in West-Europa waar de Iberische wolf nog rondtrekt.
De ANWB tipt voor Peneda-Gerês de Pedra Bela Waterfall Trail als voorbeeld van een mooie wandelroute. Een route van zo'n tien kilometer langs kurkbomen, wilde narcissen en met mos begroeide rotsen, met halverwege een waterval die de bergen openklieft.
De ANWB geeft bij de route geen startpunt. Maar de wandeling is vernoemd naar Miradouro da Pedra Bela, een van de bekendste uitkijkpunten van het park, en de routes die onder die naam op kaart-apps als AllTrails en Wikiloc staan beginnen en eindigen daar. Daarom houden we dat uitkijkpunt hier aan als vertrekpunt. Vanaf dat rotsbalkon kijk je over de Gerês-bergen en een stuwmeer diep beneden; vandaar daalt het pad door eikenbos en tussen de granieten rotsblokken naar beneden.
Onderweg, zo schrijft de ANWB, kun je de dennengeur inhaleren en af en toe stoppen om pootje te baden in de snelstromende riviertjes. Halverwege ligt de beloning: een waterval, op zo'n 900 meter hoogte, die over de rotsen naar beneden stort. Daarna draait het pad weer omhoog, terug naar het uitzichtpunt.
Een waarschuwing geeft de ANWB er gratis bij: dit is het leefgebied van reeën, wilde zwijnen en de Iberische wolf. De wolf zul je vrijwel zeker niet zien, die is extreem schuw, maar het zegt wel iets over hoe wild dit stukje Europa nog is.
Rijd vanuit Vila do Gerês de bergweg op tot het uitkijkpunt, ruim 800 m hoog. Zet de navigatie op Miradouro da Pedra Bela (knop hieronder). Bij het uitzichtpunt is een klein parkeerterreintje; geniet eerst van het panorama over de bergen en het stuwmeer, en ga dan het pad op.
Het pad daalt langs kurkbomen, wilde narcissen en grote, met mos begroeide rotsblokken. Stevige schoenen aan: het is hier en daar steil en steenachtig.
Het middelpunt van de route: een waterval die over de rotsen omlaag stort. Een natuurlijke pauzeplek voor de lunch en het mooiste fotomoment van de dag.
De route kruist snelstromende riviertjes met heldere poelen. Bij warm weer precies goed om de voeten, of meer, even af te koelen.
Het laatste deel draait weer omhoog, terug naar het uitkijkpunt en de auto. Het stuk dat de benen voelt, maar het uitzicht aan de top maakt veel goed.
De wandeling is de ruggengraat van de dag, maar het park heeft meer. Een paar plekken die zich goed met de route laten combineren, of een terugweg vol kunnen maken.
Het uitkijkpunt waar de wandeling begint en eindigt. Een rotsbalkon met een weids panorama over de Gerês-bergen en het stuwmeer van Caniçada diep in de vallei.
De bekendste waterval van het zuidelijke parkdeel: een trapsgewijze val over granieten rotsen, met poelen om in te zwemmen. Een geliefd doel, dus 's ochtends vroeg het rustigst.
Een van de laatste oude eikenbossen van Portugal, met Romeinse mijlpalen langs het pad. Een beschermd stuk natuur waar het verkeer wordt geweerd.
Het oude badplaatsje in de vallei, het logische startpunt voor het zuidelijke park. Cafés en winkeltjes voor proviand, en de warmwaterbronnen waar het ooit om begon.
Rijen eeuwenoude stenen graanschuren op pootjes, als een dorp van miniatuurhuisjes. Het beeld waar Peneda-Gerês om bekendstaat.
In het park leven half-wilde Garrano-bergpony's, reeën en wilde zwijnen, en heel zeldzaam de Iberische wolf. De pony's spot je met geluk gewoon langs de bergweg.
Het zuidelijke deel van het park, rond Vila do Gerês. De groene stip is het startpunt van de wandeling. Klik op een stip voor de naam.
Peneda-Gerês is geen pretpark: het is bergnatuur. Een beetje voorbereiding maakt het verschil tussen een topdag en een dag vol gedoe.
Reken op 1 uur 15 tot 1,5 uur rijden, zo'n 95 km richting het noordoosten, het binnenland in.
Zet de navigatie op Vila do Gerês (ook Gerês of Caldas do Gerês). De laatste kilometers gaan over smalle, bochtige bergweggetjes: neem de tijd.
Het startpunt is Miradouro da Pedra Bela (coördinaten 41.71575, -8.15319), bereikbaar via een bergweg die vanuit Vila do Gerês omhoog klimt. Bij het uitkijkpunt is ruimte om te parkeren.
Ga vroeg: het is een populaire plek en parkeerruimte is beperkt. Vroeg betekent ook koeler wandelen en rust bij de waterval.
Stevige schoenen, ruim water, lunch en zonnebescherming. Onderweg zijn er geen winkels, dus sla in Gerês proviand in.
Zwemspullen of een handdoek voor de bergbeken. En een offline kaart of route op de telefoon: bereik is in de bergen onbetrouwbaar.
De wandeling vraagt zo'n 4 uur, plus heen en terug rijden. Een volle dag dus: vroeg weg uit Apúlia, tegen de avond weer terug.
Mei is een goede maand: alles is groen en bloeit, en de hitte van de zomer is er nog niet.